Vliegvissen in Mongolië

      Geen reacties op Vliegvissen in Mongolië
Dinsdagochtend 13 augustus half zeven ’s ochtends. Ik loop met mijn opgetuigde Mitchell hengel(koopje van marktplaats) de 100 meter tot aan het water. De anderen slapen nog in de ger. De Ider stroomt wild , het water staat hoog en is licht gekleurd. Bergen in de verte, wat loslopende yaks en verder niets dan het geluid van de rivier. Geen huizen, wegen en mensen Met een verzwaarde , zwarte Wooly Bugger (haak 8) stroop ik een stuk van zo’n honderd meter af en krijg pal tegen de kant een paar kleine tikjes van vlagzalmpjes?… Op een splitsing van de hoofdstroom is een rustiger stuk, wat dieper in de rivier, en ja hoor een harde aanbeet , een mooie dril. De vis schiet gelijk de hoofdstroom in en met 16/00 heb ik best moeite om hem niet te verspelen- een mooie vlagzalm van 32 cm. Mijn eerste vis in Mongolië.
 
We ( Leo van Grootel, uit Venray en ik) zijn met Turkish Airlines in 16 uur vanaf Amsterdam ( een overstap in Istanbul en een tussenstop in Kirgizië) naar Ulanbaatar gevlogen. Mijn hockeytas( 26 kg) gaat probleemloos mee ( met nog een extra hengel voor Martin Roosnek). Wytze Houtman vangt ons gelijk op na de douane en we rijden in zijn grote four-wheeldrive naar ons hotel. Ulanbaatar is een lelijke ,uit zijn krachten gegroeide stad, met veel smog en slechte wegen. Het verkeer is een jungle! Ons hotel ligt midden in het centrum en is prachtig, Victoriaans ingericht, met hele grote kamers. Even verfrissen en daarna een lekker “jetlagdutje” Geld wisselen in een soort winkelcentrum ; snelle vingertjes tellen alles uit en met een gigantische stapel papier( 1.100.000 turugh) gaan we weer naar buiten. Martin Roosnek en zijn vriendin Lianne Mookhoek zijn al een dag eerder gearriveerd en ‘s avonds eten we met z’n vieren uitbundig Koreaans/Mongools.
Reizen en vliegvissen horen wat mij betreft bij elkaar: de verwondering over de andere natuur, mensen, gewoontes en natuurlijk de rivieren, vissoorten en manieren van vissen. Je komt ogen, oren en neuzen tekort. We rijden, wat verlaat door een probleem met Lianne’s viskoffer, zondag om 13.00 uur weg uit Ulanbaatar. Het Russische busje is afgestouwd vol met 7 mensen : Urthsik, de chauffeur, Angha, de kok, Wytze, de gids/organisator en wij vieren. Bagage van iedereen,tenten,slaapzakken, voedsel, water, alles kan er in en ook bovenop.
Direct buiten de stad beginnen de steppen. Wijds, groen, leeg, en adembenemende wolkenpartijen. Er liggen 800 kilometer, 2 dagen reizen westwaarts ,op ons te wachten. Overal zien we roofvogels, kuddes paarden, geiten, schapen en yaks. We overnachten in Karkorum, op een soort camping met hutten(gers) en de kachel moet ‘s avonds gelijk al aan. De volgende ochtend vroeg weg, (temperatuur rond het vriespunt) om over waanzinnig slechte wegen?? naar onze bestemming te rijden. De natuur wordt steeds ruiger en leger.
‘s Avonds om 20.30 uur komen we eindelijk aan bij onze ger. We slapen met zijn vieren in normale bedden,die langs de rand staan. Verder staat er een kachel, een kleine tafel met een paar krukjes en 2 kasten. De koffers passen onder het bed en daar leven we de komende 10 dagen uit. Buiten is een latrine voor ons gegraven, met een houten “schaamschort” er omheen.
Eten wordt voor ons geregeld door Angha, onze kok. Hij heeft veel droge spullen en blikjes bij zich en haalt vlees en melk bij onze “buren”, familie van Wytze Houtman. Drinkwater zit in plastic flessen en voor het koken en wassen gebruiken we gekookt rivierwater. We eten zoveel mogelijk buiten, maar door de weersomstandigheden ’s morgens en ’s avonds heel vaak binnen. De kachel gaat dan standaard een uurtje aan en dat is nodig ook!
Na het ontbijt is het optuigen, het waadpak en vliegvisjack aan; drinkwater en fototoestel mee en de bus in. Urtsh, die elke nacht in zijn bus slaapt, rijdt ons tot aan de rivier en dan maar proberen. Ik vis het meest met de 6-hengel, een drijvende lijn, een leader van 2,80 m en 2 vliegen. Op de dropper een grotere natte vlieg en op de punt een grote,verzwaarde nimf, een wooly bugger of een lead head.
De techniek is “simpel”, dwars of licht stroomopwaarts inwerpen, menden, af en toe tegenhouden, aan het eind de hengeltop wat heffen en langs de kant binnenstrippen.
Stroomnaden, stromen die samenkomen,wervelingen door stenen onderwater, uitstekende randjes, alles moet systematisch afgevist worden( als je tenminste een vis wil vangen…). Dus meters maken en scherp vissen. Ik vang de eerste dag heel wat lennokforellen, een prachtige soort, die alleen in Mongolië, Siberië en Zuid-Korea voor komt. Beresterke vis, mooi rond met een grote bek( ook voor de streamers ) en een machtige brede staart. De grootste is 53 centimeter. Vlagzalm is er ook in grote aantallen, langs de kant terugvissend vang je heel veel kleintjes (15-20 cm). We vissen dagelijks 2 sessies: van 9.00-13.00 uur en van 14.00- 18.30 uur. Lunchen doen we aan de waterkant, onder een schaarse boom, of bij heel slecht weer in de ger. Heel luxe dus. Wie zin heeft kan ’s avonds nog aan de rivier vissen, in het zicht van de ger. Soms vang je hier een kleine vlagzalm, maar door de hoge waterstand kunnen we de lennok niet bereiken.
Observeren en proberen, natuurlijk wel met de goede adviezen van Wytze, levert me prachtige vangsten op. Op één stek, met de juiste stroomnaad , pak ik 4 lennoks boven de 50 cm. Het is regenachtig weer, maar dat maakt voor de vangsten niet uit. Dezelfde middag vang ik ook nog een vlagzalm van 37 cm.
De dag daarna vang ik mijn grootste lennok, vlak voor een grote steen , 5 meter uit de kant. Lengte 56 cm, ,dus de 18/00 tip is hard nodig. Een klein mongools jongetje heeft me al een tijdje geobserveerd en komt wat schuchter dichterbij. Ik schenk hem de vis en hij poseert trots met de lennok. Vader, broers en zusjes snellen toe en maken foto´s met een mobieltje ,wat dagelijks opgeladen wordt bij de ger met behulp van een zonnepaneel! Nomadische Mongolen eten veel vlees , weinig vis, maar een lekker avondmaal is altijd welkom. Zelf vissen ze soms met handlijnen, met een`dobber `en een sprinkhaan, of een grote spinner.
Ik probeer, gezien de omstandigheden een zinktiplijn, maar dat levert niet meer/grotere vissen op. Wat wel werkt is het vissen met mijn Sage- SPL aftma 4, een drijvende lijn en een kort stukje zinkende leader. De vliegen wat aanpassen ivm het gewicht, en dan vang ik met name de kleinere, maar ook grotere vlagzalm tegen de kant!. Op een kleine maar diepe zijstroom krijg ik op mijn 4-tje een gigantische aanbeet; na een lange dril blijkt het een doublet te zijn van een grote lennok en een iets kleinere vlagzalm. Het “overkomt” me gelukkig vaker, maar met name in de kleinere stroompjes.
Goed vangen maakt hongerig en we worden regelmatig verwend met ”producten van het land”. Bosbessen, schapenvlees, geitenvlees, yoghurt van de yak, en heel speciaal –gorghoek. ’s Middags wordt er een schaap geslacht en in stukken gesneden(grof) In de buitenkachel worden basaltstenen verhit tot zo’n 800 graden en vervolgens in een bak met water gelegd, met de stukken schaap, wilde kool en wilde uien. Deksel op de pan, steen erop, op de kachel en na 20 minuten wordt het vlees eruit gehaald en geserveerd met wat rijst. Heerlijk kluiven dus….
Op een dag wordt er naast de ger een geit geslacht, sneetje in de buik,met de hand naar binnen en de aorta dichtknijpen Na anderhalve minuut is het beest dood en 2 uur later liggen de geitenkarbonaadjes op de “grill”. Heerlijk. Wytze, de gids , en ik praten veel over de kansrijke plekken. We dagen elkaar uit en gaan voor de grootste lennok en vlagzalm. Jammer voor Wytze, maar ik win (bij verlies had ik dit natuurlijk ook opgeschreven…) De grootste vlagzalm is 41 cm en de lennok 56 cm. Leo van Grootel uit Venray, een van de vier vissers, wil eerst op zijn Duits/Oostenrijks vissen, Stroomopwaarts, met kleine vliegen, maar dat lukt niet. Hij verzet de bakens en vangt met overwegend kleinere nimfen veel vis. Fanatiek en fit (75 jaar !) vist hij succesvol, met ook regelmatig doubletten en veel vlagzalm tegen de kantjes.
Martin en Lianne vangen regelmatig vis, maar gezien de waterstand is het vliegvissen moeilijk en eigenlijk niet zo efficiënt. Martin vist ook met de spinhengel en pakt op een goede stroom wel 10 lennoks achter elkaar( ik had er één op dat zelfde stuk) Op een ochtend heb ik op een goed stuk 3 mooie vissen gevangen, als er een knots van een four wheeldrive stopt met 3 , in sheriff-outfit geklede Mongolen (behoorlijk stevige).
Ze groeten, en vissen met spinners en handlijnen het stuk ook af. 10 dikke lennoks worden eruit getrokken en met een grote boog op de kant gesmeten. Na een half uur wordt de vis gepakt en rijden ze weer verder!
En dan natuurlijk de taimen. Het weer en het water zijn ongeschikt. De goede stekken zijn vanwege de hoge waterstand niet te bereiken; anders waren we met de tent een nacht overgebleven op een goede plek. We proberen het nu op een avond met volle maan, de zwaardere hengel opgetuigd en de “muizen” gemonteerd. We vissen van 20- 23 uur zonder een aanbeet. Urtsch maakt een lekker vuur en de fles wodka gaat rond totdat hij leeg is. Je schenkt steeds voor je buurman in, ,steunt met je linkerhand je rechter elleboog en geeft zo het glaasje door.
Ik vis een paar keer droog, een beetje op de bonnefooi, want je ziet niets stijgen. Ik vang op de Klinkhamer een paar kleinere vlagzalmen, maar het is geen succes. Een keer zie ik midden in de stroom wat stijgen en ik monteer –te haastig – een grote sprinkhaanimitatie. Aanwerpen, hangen…,dikke vis, maar los. De vlieg niet goed aangebonden, te kort afgeknipt, dus een leuk “varkensstaartje” is wat rest…Nieuwe sprinkhanen monteren, maar geen enkele aanbeet meer op een stuk van zo’n 300 meter.
Martin haakt de een na laatste dag op een plug een reusachtige taimen, maar na een aantal lange runs verspeelt hij hem. Hij komt met een wit gezicht terug. Wat een kracht…
De laatste dag vissen we op een nieuwe stek en ik vang de eerste anderhalf uur niets! Daarna is het opeens wel raak en ik weet nog steeds niet waarom. Grote lennoks, mooie vlagzalmen, een lekker zonnetje , dus eigenlijk een topdag. ’s Avonds een glaasje wodka en vroeg slapen voor de terugreis. Helaas, maar naar huis gaan is een onlosmakelijk onderdeel van elk visavontuur. De terugblik volgt in deel 2.
Rob van Dijk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *